Rasstandaard

 

Land van oorsprong: Duitsland.
Geschikt als Waak- en Gezelschapshond

F.C.I. Groep 5: Keeshonden en honden van het oertype (zonder werkproef)
Sectie 4: Europese Keeshond (zonder werkproef)

Een geschiedkundig overzicht
De Duitse Keeshonden zijn nakomelingen van de Turfhonden “Canis familiaris Ruthimayer” uit het Stenentijdperk en de latere “paalwoningspitzen” en zijn het oudste hondenras in Midden Europa. Talrijke andere rassen zijn hieruit voortgekomen. In de niet-Duitssprekende landen worden de “Wolfsspitzen” ook “Keeshond” en de “Dwergkezen” ook wel “Pomeranian” (uit Pommeren) genoemd

Algemeen voorkomen
Keeshonden vallen op door een mooie vacht, die door een rijke wollen ondervacht uitstaat. In het bijzonder valt de volle manenachtige kraag, die om de hals ligt op en de zeer zwaar bevederde staart, die fier over de rug wordt gedragen. Het vosachtige hoofd met de schrandere ogen en spitse, dicht bij elkaar geplaatste oren geven de Keeshond het hem eigen karakteristieke opgewekt voorkomen.

Belangrijke verhoudingen
De verhouding van de schofthoogte tot de lengte van de hond is
1 : 1.

Gedrag en karakter
De Keeshond is erg oplettend, levendig en buitengewoon aanhankelijk aan zijn eigenaar. Hij is gemakkelijk op te voeden. Zijn wantrouwen tegenover vreemden en het ontbreken van jachtinstinct maken hem tot een ideale bewaker van huis en erf. Hij is noch bang noch agressief. Het feit, dat hij zich goed aan de verschillende weersomstandigheden aangepast, zijn robuustheid en zijn lange levensverwachting behoren tot zijn meest opvallende eigenschappen.

Hoofd
Schedeldak – Bovenhoofd
Het middelgrote Keeshondenhoofd is, van boven afgezien, achter het breedst en versmalt wigvormig tot de neuspunt.
Stop: matig tot goed gemarkeerd, nooit abrupt.

Aangezicht
Neus: de neuspunt is rond en klein. De neusspiegel is diepzwart, bij Bruine Kezen donkerbruin.
Snuit: de snuit is niet te lang, noch te grof, noch te spits en staat in proportioneel passende verhouding tot de schedel. (Bij de Grote- en Grijze Keeshond en bij de Middenslag Kees is de lengte van de snuit tot die van de schedel ongeveer 2 : 3. Bij de Kleine- en Dwergkeeshond is deze verhouding 2 : 4).
Lippen: de lippen zijn niet overhangend, strak aanliggend en vertonen geen plooien aan de mondhoeken. Ze zijn bij alle kleurslagen helemaal zwart, bij bruine exemplaren bruin.
Gebit: de kaken zijn normaal ontwikkeld en hebben een volledig schaargebit met 42 tanden en kiezen gelijk aan de tandformule van een hond. De boventanden vallen zonder ruimte over de ondertanden en de tanden en kiezen staan haaks ingeplant ten opzichte van de kaken. Bij Kleine- en Dwergkezen c.q. Pomeranians wordt beperkt premolarenverlies getolereerd. Een tanggebit is bij Kezen toegestaan.
Wangen: de wangen zijn licht afgerond, maar niet te bol.
Ogen: de ogen zijn middelgroot, amandelvormig, iets schuin geplaatst en donker van kleur. De oogranden zijn bij alle kleurslagen zwart gepigmenteerd en donkerbruin bij de Bruine Kezen.
Oren: de kleine oren van de Keeshond staan relatief dicht bij elkaar, zijn hoog aangezet, driehoekig gespitst en ze worden altijd rechtop met stevige punten gedragen.

Hals
De middellange hals is breed aangezet aan de schouder, is in de nek licht gewelfd, zonder plooi c.q. kwabvorming en is bedekt met manenachtige kraag.

Lichaam
Toplijn: de toplijn begint aan de punt van de rechtop gedragen, staande oren en gaat met een lichte boog over in de korte, rechte rug. De bevederde, gebogen staart, die de rug gedeeltelijk bedekt rondt het silhouet af.
Schoft en rug: de hoge schoft gaat vloeiend over in de zo kort mogelijke, rechte , sterke rug.
Lendenen: de lendenen zijn kort, breed en krachtig.
Kruis c.q. croupe: het kruis is breed en kort, niet afhangend.
Borst: de diepreikende borst is goed gewelfd, de voorborst is goed ontwikkeld.
Onderbelijning: de borstkas reikt zo ver mogelijk terug, de buik is slechts matig opgetrokken.

Staart
De staart is hoog aangezet, gemiddeld van lengte, meteen aan de staartwortel naar boven en naar voren over de rug gerold, vast over de rug liggend en rijk behaard. Een dubbele krul aan het eind van de staart wordt aanvaard.

Ledematen
Voorhand:
Algemeen: recht, eerder breed front.
Schouders: de schouder is goed gespierd en stevig met de borstkast verbonden. Het schouderblad is lang en ligt schuin naar achteren. De ongeveer even lange bovenarm vormt samen met het schouderblad een hoek van 90 graden.
Ellebogen: het ellebooggewricht is krachtig, tegen de borstkas aanliggend en wordt noch naar binnen noch naar buiten gedraaid.
Onderarm: de onderarm is gemiddeld van lengte, in verhouding tot de romp stevig en recht, aan de achterkant bevederd.
Voor- en middenvoet: de krachtige, middellange voormiddenvoet maakt een hoek van ongeveer 20 graden met de loodlijn.
Voorvoet: de voorvoeten zijn zo klein mogelijk, rond met aaneengesloten, goed gewelfde tenen, zogenaamde kattenvoeten. Nagels en voetkussens zijn bij alle kleurslagen zwart; donkerbruin bij Bruine Kezen.

Achterhand
Algemeen: de achterhand is zeer gespierd en tot het spronggewricht voorzien van een weelderige broek. De achterbenen staan recht en parallel.
Boven- en onderbeen: boven- en onderbeen zijn ongeveer even lang.
Knie: het kniegewricht is krachtig, matig gehoekt en wordt tijdens de beweging noch naar binnen noch naar buiten gedraaid.
Achtermiddenvoet: de achtermiddenvoet is middellang erg sterk en staat loodrecht op de grond.
De achtervoeten: de achtervoeten zijn zo klein mogelijk, rond, met goed gesloten en gewelfde tenen, zogenaamde kattenvoeten, eeltkussens zijn stevig. De kleur van de nagels en de voetkussens zijn zo donker mogelijk.

Gangwerk
Keeshonden bewegen zich bij een goede afzet c.q. stuwing recht naar voren, vloeiend en verend.

Huid
De huid ligt strak om het lichaam zonder enige plooivorming.

Beharing
Keeshonden hebben een dubbele vacht: lang, recht, afstaand dekhaar met korte, dikke, wattenachtige onderwol. Kop, oren, voorkant van voor- en achterbenen en voeten, zijn kort en dicht (fluwelig) behaard, rest van het lichaam is lang en rijk behaard; niet golvend, gekruld of ruig, geen scheiding op de rug. Hals en schouders zijn bedekt met een volle kraag. De achterzijdes van de voorbenen zijn goed bevederd. De achterbenen zijn vanaf de croupe c.q. kruis tot het spronggewricht voorzien van een weelderige broek. De staart is rijk behaard.

Haarkleuren
a. Grijze Keeshond wolfsgrijs
b. Grote Keeshond Zwart, bruin, wit
c. Middenslag Keeshond Zwart, bruin, wit, wolfsgrijs en overige anderskleurige
d. Kleine Keeshond Zwart, bruin, wit, wolfsgrijs en overige anderskleurige
e. Dwergkees of pomeranian Zwart, bruin, wit, wolfsgrijs, anderskleurig

Zwarte Keeshond: bij beharing van de zwarte Keeshond moet ook de ondervacht, evenals de huid zwart gekleurd zijn en de kleur aan de oppervlakte diepzwart, zonder enig wit of andere aftekeningen.

Bruine Keeshond: de bruine Keeshond moet gelijkmatig, éénkleurig donkerbruin zijn.

Witte Keeshond: het haar moet zuiver wit zijn, zonder een zweem van geel, wat bij de oren vaak voorkomt.

Oranje Keeshond: de oranjekleurige Kees moet gelijkmatig eenkleurig zijn, (dus niet te licht en niet te donker, middelmatige nuance).

Wolfsgrijze Keeshond: wolfsgrijs is zilvergrijs met zwarte haarpunten. De snuit en de oren zijn donker gekleurd. Rond de ogen is een duidelijke tekening, bestaande uit een fijne zwarte lijn, die loopt van de buitenste oogpunt naar de aanhechting van het oor, wij noemen dit “de bril”. De fijne arceringen en schaduwen, vormen samen de korte maar expressieve wenkbrauwen. De kraag en de beharing op de schouders is lichter gekleurd. Voor- en achterbenen zijn zilvergrijs, zonder zwarte aftekeningen onder het elleboog- en kniegewricht, behalve wat kleine streepjes op de tenen. Zwarte staartpunt; onderzijde van de staart en broekbeharing zijn zilvergrijs.

Anderskleurigen: onder deze benaming vallen alle kleurschakeringen als crème, crème-sable, oranje-sable, black-and-tan en bont c.q. gevlekt. De gevlekte c.q. bonte honden moeten een witte grondkleur hebben. De zwarte, bruine, grijze of oranje gekleurde vlekken moeten over het gehele lichaam verdeeld zijn.

Maten
Grijze Keeshond 49 cm +/- 6 cm.
Grote Keeshond 46 cm +/- 4 cm.
Middenslag Keeshond 34 cm +/- 4 cm.
Kleine Keeshond 26 cm +/- 3 cm.
Dwergkeeshond 20 cm +/- 2 cm.
Gewicht: Iedere groottevariëteit van de Keeshond moet een met zijn grootte overeenstemmend gewicht hebben.

Fouten c.q. ernstige fouten:
Elke afwijking van voornoemde punten moet als een fout worden beschouwd, waarvan de mate van beoordeling in juiste verhouding moet staan tot de graad van de afwijking en het effect op de gezondheid en het welzijn van de hond.

Ernstige fouten:
Fouten in de bouw.
Te vlak hoofd, uitgesproken appelhoofd.
Vleeskleurig neus, oogleden en lippen.
Missende gebitselementen bij Wolfsgrijze- Grote Keeshonden- en Middenslag Keeshonden.
Fouten in het gangwerk.
Ontbreken van de karakteristieke tekening op het gezicht van de Grijze Kees.

Diskwalificerende fouten:
Agressief of overdreven schuw
Elke hond die duidelijk geestelijke of lichamelijke afwijkingen vertoont moet worden gediskwalificeerd.
Niet gesloten fontanel.
Over- en onderbijten.
Entropion of ectropion
Tiporen.
Duidelijke witte vlekken bij alle niet witte Keeshonden.
Elke kleur met de Merle-factor

Reuen moeten twee normaal ontwikkelde testikels hebben, die volledig in het scrotum zijn ingedaald.